Onderwijs
Nederland kenniseconomie?
Door Ron Verhoef.
(14-11-2004)
Waar leer je het beter dan in de praktijk?
Dat is een veel gehoorde kreet in het bedrijfsleven en helaas
ook steeds meer op het ministerie van onderwijs. Mijn antwoord
op de vraag zou zijn: op school. Waarmee ik niet zeg dat
de praktijk niet leerzaam is.
Het ministerie van onderwijs denkt hier
duidelijk anders over. Problemen in het VMBO worden herkend
en daarom moet er meer geld naar het VMBO en moet de structuur
misschien wel worden aangepast. Dat is heel mooi. Totdat
je beseft waar het geld vandaan komt. Niet van het koningshuis,
niet van defensie, zelfs niet uit de algemene reserve, nee
van het MBO. En dat kan. Waarom, omdat het ministerie van
plan is het MBO volledig uit te kleden.
Overigens is het misschien handig als
ik uitleg wat het MBO precies is, want het MBO is allang
niet meer hetzelfde als vroeger. Vroeger was het MBO de
schakel tussen het LBO/MAVO en de HBO. Mensen met een MBO-diploma
konden dus door naar het HBO. Sinds 1996 is de overheid
echter begonnen met het samenvoegen van veel scholen en
daar is een nieuw soort MBO uit ontstaan. Het vroegere leerlingenwezen
(ofwel het K(ort)MBO) werd bij het normale MBO gevoegd.
Zo ontstond het huidige MBO waarin je op verschillende niveaus
kunt worden opgeleid.
Niveau 1 is het laagste niveau, dit is
een niveau waarin iedereen kan instromen ook als hij/zij
niet over diplomas van MAVO/LBO of VMBO beschikt,
of wel over die diplomas beschikt maar niet in de
juiste richting. Je hebt bijvoorbeeld een diploma autotechniek,
maar wilt de verzorging in, dan kom je in niveau 1.
Niveau 2 is voor mensen met een diploma in de juiste richting
van LBO op B-niveau of het VMBO Basisberoeps (is hetzelfde
als B-niveau).
Niveau 3 is een opleiding die eigenlijk bedoeld is voor
mensen die een diploma hebben met een aantal vakken op C-niveau
maar ook een aantal op B-niveau. Hier sta ik verder niet
bij stil omdat het een opleiding is die nergens op slaat,
je kunt er niets mee en moet dus altijd door.
Niveau 4 is dan het oude MBO. Dus voor mensen met een diploma
van de MAVO, LBO op C-niveau of VMBO kaderberoeps (oude
LBO) of theoretische leerweg (oude MAVO). Dit niveau geeft
automatisch toegang tot het HBO. Als leerling kun je makkelijk
van het ene naar het andere niveau doorstromen.
In niveau 1 en 2 kennen we dan nog weer twee richtingen:
de BOL (5 dagen in de week naar school met een aantal periodes
stage) en de BBL (4 dagen werken en 1 dag naar school).
Niveau 4 is vrijwel altijd een BOL opleiding, al bestaan
er op diverse scholen wel avondcursussen.
Wat wil het ministerie nu? Van de BOL
af, dat is het antwoord. Want waar leren ze het immers beter
dan in de praktijk? Het antwoord van het ministerie komt
niet overeen met mijn antwoord. Nee het ministerie stelt:
nergens. Hoe komt het ministerie aan deze wijsheid? Van
het bedrijfsleven, want op MBO niveau bestaat er namelijk
een geregeld overleg tussen bedrijfsleven en het ministerie.
Dat bedrijfsleven heeft een klacht over
het onderwijs. Ze leren teveel dingen waar het bedrijfsleven
niets aan heeft. Ik geef u een voorbeeld uit eigen ervaring.
Ik ben zelf stagedocent van de BOL-4 opleiding elektronica
(officiële opleidingsnaam is trouwens Telematica, maar
er is geen hond die weet wat dat is, inclusief de docenten,
ook wij weten niet wat dat is, vandaar dat we liever spreken
over elektronica). Bij een telecombedrijf heb ik een stagiair
ondergebracht en toen ik op bezoek kwam bij dit bedrijf
was klacht 1 van de bedrijfsleider dat de leerling niet
gelijk alle telecom-systemen kon herkennen en aanleggen.
Logisch, denk ik dan als leraar, daarvoor ben je leerling.
Toen ik hem vroeg hoe het met zijn basiskennis zat was het
antwoord dat dat wel goed was. Nadat ik hem had uitgelegd
dat er maar een beperkt aantal bedrijven in de regio waren
die telecom-systemen aanleggen en dat wij veel leerlingen
hebben en dus niet voor elk bedrijf heel specifiek konden
opleiden, bond hij een beetje in. Ja, ze pikken namelijk
wel snel op want er is basiskennis. Maar wat deze man stak
was dat dat oppikken in het begin tijd kost en daar moet
hij salaris voor betalen.
Enfin, hij is dus niet de enige, ook landelijk denkt men
er zo over. Dus iedereen 4 dagen werken en 1 dag naar school.
Dat spaart veel docenten uit en het geld dat je op die manier
bespaart, geef je dan als subsidie aan het bedrijfsleven
om zon leerling in dienst te nemen. In die ene dag
dat de leerling op school komt kan hij dan al die dingen
leren die hij in de praktijk niet krijgt.
Denkt u even met me mee. Mijn leerling bij het Telecombedrijf
doet daar praktische kennis op over het aanleggen van Telecom-systemen
en met een beetje geluk leren ze hem ook nog een klein beetje
praktijk.
Maar wat moet een elektronica-leerling
nog meer kunnen en kennen:
Basis-elektrotechniek, Basis-elektronica,
Montage-elektrotechniek, maken en ontwerpen van eenvoudige
printplaatjes, technisch tekenen, wiskunde, natuurkunde,
maatschappijleer, Nederlands, Engels, datacommunicatiesystemen,
beveiligingssystemen, informatiesystemen en programmeren.
En wellicht vergeet ik ook nog wat. Deze vakken zou mijn
leerling in de praktijk niet krijgen en dus op die ene dag
allemaal moeten aanleren en na vier jaar toch een diploma
krijgen. Ziet u het gebeuren? Ik vrees van wel. Want wat
zal de praktijk straks zijn: dat ze minder diepgang in die
stof hoeven te hebben en dus heel oppervlakkig er doorheen
gaan. Het diploma krijgen ze dan na 4 jaar zo cadeau en
een eventuele doorstroom naar het HBO kunnen ze vergeten.
Maar dat is niet erg, want de HBOs hebben al eens
aangegeven dat ze liever geen MBOers hebben.
Nog even los van alle ideologische bezwaren,
zoals het verdwijnen van een stukje zelfontplooiing, de
uitbuiting van zon leerling die tegen een hongerloon
een baan mag doen die voorheen door iemand anders tegen
normaal salaris werd gedaan, het afpakken van de doorgroeimogelijkheden
en zo laatbloeiers straffen, nog los daarvan zijn er praktische
bezwaren. Waar vinden we voor al die leerlingen een baan?
Opnieuw een voorbeeld uit eigen praktijk.
De elektronica-club waar ik dus stagedocent van ben, zit
nu in de derde klas, dat is hun eerste stage, in de eerste
en tweede zat toen nog geen stage (nu wel). Ze zijn nu met
18 man, maar toen we met deze club begonnen waren dat er
27. De huidige 18 heb ik slechts met veel pijn en moeite
en de nodige overredingskracht kunnen onderbrengen, een
aantal werkt dan zelfs bij een bedrijf dat niet uitbetaald
(hoewel het bedrijf ook nu al subsidie krijgt voor de stageloper).
De andere 9 had ik echt niet kwijt gekund. Maar nu moeten
we dus vanaf het begin iedereen op een werkplek hebben.
Waar haal ik die vandaan? Geen werkplek is einde opleiding.
Het is toch fijn dat onze overheid het
zo goed voor heeft met euhm
. het bedrijfsleven
en zich totaal niet bekommerd om de belangen van de leerlingen.
Ik druk mijn huidige leerlingen daarom altijd maar op het
hart dat ze nu op de juiste tijd nog op school zitten want
over een paar jaar is de school er niet meer, dan zijn alle
laatbloeiers en mensen met beperkte geestelijke vermogens
gedoemd een laagbetaald, laaggekwalificeerde arbeider te
worden en niet uit keuze maar uit noodzaak. Hoezo Nederland
kenniseconomie?
|