|
ASIELOPVANG IN DE REGIO - Oplossing
of utopie?
Door Jelle van Buuren, 1 maart 2003.
De opvang van asielzoekers in de regio
van herkomst staat opnieuw in het middelpunt van de belangstelling.
Het demissionaire kabinet Balkenende definieerde opvang
in de regio als gewenste oplossing voor het asielvraagstuk.
Ook de vluchtelingenorganisatie UNHCR lijkt zich achter
het concept van opvang in de regio te scharen. Wat zijn
de achtergronden van deze ontwikkeling?
In het Strategisch Akkoord dat de coalitiepartners
CDA, LPF en VVD afgelopen zomer sloten staat aangekondigd
dat Nederland streeft naar een herziening van het vluchtelingenverdrag
van Genève. "Asiel wordt uitsluitend geboden
in de regio van herkomst en de vluchtelingenstatus wordt
door de UNHCR vastgesteld", aldus het akkoord. "Nederland
neemt naar evenredigheid verdragsvluchtelingen op die door
de UNHCR elders moeten worden ondergebracht."
Het concept van opvang in de regio lijkt
op het eerste gezicht overzichtelijk. Vluchtelingen melden
zich in aanmeldkampen in de regio. De vluchtelingenorganisatie
UNHCR zorgt voor de opvang en beoordeelt de asielaanvragen.
Erkende vluchtelingen worden vervolgens door andere landen
opgenomen, waaronder de EU-lidstaten. De voordelen lijken
evident. Europese landen hoeven alleen de opvang en integratie
te verzorgen van erkende vluchtelingen. Nu gaat er veel
geld en tijd verloren aan asielprocedures, terwijl het merendeel
van de asielzoekers wordt afgewezen. Ook het probleem van
de verwijdering van uitgeprocedeerde asielzoekers verdwijnt
op die manier. Daarnaast zullen mensensmokkelaars hun nering
verliezen. Gezien het huidige politieke klimaat in Europa
is dat een verhaal waarmee je als politicus thuis kunt komen.
Bij nadere beschouwing blijken er echter
nogal wat problemen aan opvang en toetsing in de regio te
kleven. De veiligheid in de regionale opvangkampen is vaak
minimaal. De opvangkampen liggen meestal vlakbij de conflicthaard,
waardoor politieke spanningen in de opvanglanden kunnen
ontstaan. Neem Pakistan en Iran, die miljoenen Afghanen
opvangen. De regiems in de regio onderhouden vaak ook innige
contacten met de regionale despoot, dus is het maar helemaal
de vraag hoe veilig vluchtelingen zijn. De lange arm van
zo¹n regiem laat zich makkelijk gelden in de opvangkampen.
In de opvangkampen zetten bovendien rivaliserende fracties
vaak hun onderlinge strijd voort, of verschuilen rebellen
en oorlogsmisdadigers zich tussen de vluchtelingen.
Naast de onveiligheid zijn de omstandigheden
in de meeste vluchtelingenkampen in de regio, die nu al
zo'n 95% van de vluchtelingen huisvesten, ronduit deplorabel.
Dat zijn ook meteen de belangrijkste redenen
waarom vluchtelingen verder trekken en bijvoorbeeld bescherming
in Europa zoeken. De situatie in de meeste opvangkampen
is dramatisch slecht. De levensomstandigheden zijn mensonwaardig.
Sommige vluchtelingen worden gedwongen terug te keren naar
hun land van herkomst, waar zij aan vervolging worden blootgesteld.
In de opvangkampen lopen vluchtelingen bovendien het risico
te worden onderworpen aan andere mensenrechtenschendingen,
zoals seksueel geweld. Het is dan ook een mythe dat mensen
graag naar Europa komen. De meesten willen helemaal niet
verder, maar voelen zich gedwongen omdat elk perspectief
in de regio ontbreekt. Het lijkt voor de hand te liggen
om als eerste de opvangcondities in de regionale opvangkampen
drastisch te verbeteren. Maar ook dat is problematisch.
Als de omstandigheden in regionale opvangkampen écht
veel beter worden, ontstaan rijke enclaves in arme landen.
In Guinee zijn opvangkampen al overvallen door de plaatselijke
bevolking. Van 'goede' opvangkampen zal een enorme aantrekkingskracht
uitgaan en het zal de afgunst opwekken van de lokale bevolking.
Daarnaast vormen de juridische problemen
een obstakel. Asielzoekers hebben immers recht op een eerlijke
en zorgvuldige procedure. In de Europese Unie probeert men
al tijdenlang minimumnormen vast te stellen waar asielprocedures
aan moeten voldoen. Volgens veel deskundigen zijn die normen
wel heel minimaal, maar het is nauwelijks voor te stellen
dat zelfs die minimale normen te handhaven zijn bij asielopvang
in de regio. Wie moet de asielzoekers in de regio juridisch
bijstaan? Zijn er genoeg tolken? Hoe moeten de beroepsprocedures
eruit zien? Wat is de hoogste rechtsprekende instantie?
De organisatorische problemen zijn enorm. Er zijn zo'n 20
miljoen vluchtelingen op de wereld en nog eens 20 miljoen
ontheemden. Alleen al de registratie van deze vluchtelingen
en ontheemden is een enorm probleem, laat staan een fatsoenlijke
asielprocedure met alle bijhorende waarborgen.
Bij opvang en toetsing in de regio is
een centrale rol weggelegd voor de UNHCR. De UNHCR heeft
echter één groot probleem: een chronisch gebrek
aan geld. De krappe kas wordt des te problematischer als
de UNHCR de opvangvoorzieningen drastisch moet verbeteren
en verantwoordelijk wordt voor de asielprocedures in de
regio.
Opmerkelijk genoeg zijn vanuit de UNHCR
de laatste tijd juist vurige pleidooien te horen voor het
model van opvang in de regio. Volgens waarnemers probeert
de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, oud-premier Ruud
Lubbers, op die manier twee vliegen in één
klap te slaan. Door de Westerse landen het wenkend perspectief
van opvang en toetsing in de regio voor te houden, hoopt
hij meer geld los te krijgen voor de UNHCR.
Een begrijpelijk, maar gevaarlijk spel
menen deskundigen. Lubbers is duidelijk op zoek naar beleid
dat aansluit bij de algemene, restrictieve tendens in de
grote donorlanden van de UNHCR. Lubbers hoopt meer geld
los te krijgen door hen het perspectief voor te schotelen
dat minder mensen naar Europa zullen komen als de opvang
in de regio sterk verbeterd wordt. Lubbers bepleit ook nadrukkelijk
een integrale benadering van het vluchtelingenvraagstuk:
meer aandacht voor het wegnemen van de oorzaken die mensen
doen vluchten of doen doorreizen naar landen buiten de eigen
regio. Zo probeert Lubbers ook toegang te krijgen tot budgetten
uit de hoek van ontwikkelingssamenwerking. Maar het gevaar
is groot dat de Europese landen alleen de elementen uit
het plan overnemen die hen welgevallig zijn. Wél
afspreken dat vluchtelingen voortaan alleen maar in de regio
asiel mogen aanvragen, maar niet thuis geven als geld wordt
gevraagd voor fatsoenlijke opvang, asielprocedures, democratisering,
mensenrechten en ontwikkeling.
Het risico is ook reëel dat de normen
voor opvang en asielprocedures onder druk van de Westerse
landen zullen afnemen. Lubbers heeft al voorgesteld om de
asielaanvragen van vluchtelingen uit landen die niet te
boek staan als conflicthaarden voortaan in de regio af te
handelen, waarbij er maar één beroepsmogelijkheid
zou open staan. Daarnaast blijft het onduidelijk of vluchtelingen
nog het recht houden om asiel buiten hun regio aan te vragen.
Lubbers stelt aparte, bilaterale verdragen voor in aanvulling
op het Vluchtelingenverdrag. Nederland zou dan bijvoorbeeld
Pakistan ondersteunen bij de opvang van Afghaanse vluchtelingen.
Als dat echter betekent dat Afghaanse vluchtelingen niet
langer asiel mogen aanvragen in Nederland, betekent dat
het einde van het universele recht op asiel.
Het is ook de grote vraag hoeveel erkende
vluchtelingen Europa bereid zal zijn op te nemen na de asieltoets
in regionale opvangkampen. Volgens het Strategisch Akkoord
zou Nederland 'naar evenredigheid' vluchtelingen moeten
opnemen. Maar wat zijn de criteria om te bepalen wat 'evenredige
opvang' is? Kijk je naar inwoneraantal, nationaal inkomen
of integratiemogelijkheden? Daar komt men in Europa al niet
uit. Als je werkelijk op wereldschaal vluchtelingen evenredig
wilt opvangen, krijgt Europa er misschien 2 miljoen in plaats
van de huidige 400.000. Dat zal vast de bedoeling niet zijn.
Het risico is dus dat Europese regeringen zich slechts op
kleine aantallen vluchtelingen willen vastleggen. De rest
moet dan maar blijvend in de regio opgevangen worden.
Deskundigen vrezen dan ook het politieke
signaal dat uitgaat van versterkte opvang in de regio. De
angst is dat de Westerse landen het concept van opvang in
de regio zullen aangrijpen om te zeggen: dan hoeven die
mensen ook niet meer hiernaar toe te komen. Het opnemen
van vluchtelingen in Europa is echter een belangrijk signaal
naar regeringen in arme landen om ook vluchtelingen te blijven
opvangen. Anders definieer je vluchtelingen in feite als
het probleem van het arme Zuiden. De bereidheid van het
Zuiden om netjes het vluchtelingenverdrag na te leven zal
afnemen als Europa zegt: lossen jullie het zelf maar op.
Het hele vluchtelingenprobleem dreigt
bovendien onzichtbaar te worden als de nadruk op opvang
in de regio komt te liggen. We geven wat meer geld aan de
UNHCR en hoeven de gezichten van vluchtelingen niet meer
te zien. Het wordt een abstractie op de televisie. Nu zijn
vluchtelingen, en de onderliggende problemen die hen doen
vluchten, onderdeel van het leven in Europa. Als je vluchtelingen
in de regio houdt, verdwijnt die betrokkenheid. Dat leidt
tot een nog grotere scheiding tussen arm en rijk.
De wens van de UNHCR om meer geld te krijgen
voor haar taken is begrijpelijk. Door de Westerse landen
echter het wenkend perspectief van minder vluchtelingen
voor te houden, vertroebelt de discussie. Het versterkt
alleen maar de roep om een restrictiever vluchtelingenbeleid.
Westerse regeringen zullen er als de kippen bij zijn om
hun nu door de UNHCR gelegitimeerde koers richting asielopvang
in de regio door te zetten. Minister Nawijn van Vreemdelingenzaken
& Integratie vertelde niet voor niets onlangs trots
in de Kamer dat hij zulke aangename gesprekken met Lubbers
had gehad, en dat beide heren zo fijn op dezelfde golflengte
zaten.
Het kritisch volgen van de UNHCR lijkt dan ook op zijn plaats.
Daarnaast zou er meer aandacht moeten komen voor de harde
werkelijkheid achter het fraaie begrip 'asielopvang in de
regio'. Daarvoor zijn nauwe samenwerking tussen vluchtelingenorganisaties
en organisaties die zich richten op de Noord-Zuidtegenstelling
van groot belang. Misschien kunnen dergelijke verbanden
gesmeed worden onder de paraplu van de ontluikende globaliseringsbeweging.
Uit Konfrontatie, 1 maart 2003.
|