|
Spelen van de wrok of van de vriendschap?
Enkele dagen voor de start van de Olympische
Spelen lijkt het alsof er een alternatieve competitie aan
de gang is. Sommige journalisten en mensenrechtenorganisaties
uit Europa en de VS wedijveren met elkaar om wie het meest
negatief en selectief, provocerend en belerend over China
kan berichten. Op de valreep heeft zich ook nog een Spaanse
rechter gekwalificeerd. De gouden medaille is voor wie meent
dat hij Beijing heeft kunnen dwingen tot verandering.
In een zakelijke en waarheidsgetrouwe
verslaggeving of beoordeling van de Volksrepubliek moet
worden erkend dat de mensenrechten er voortdurend vooruitgaan.
De definitie en het handvest van de Verenigde Naties spreken
over politieke burgerrechten, maar ook over even belangrijke
economische, sociale en culturele rechten. Als je China
vergelijkt met landen met dezelfde economische ontwikkelingsgraad
en met een vergelijkbare inkomensniveau, omvang of bevolkingsgrootte
doet China het op bijna alle vlakken beter: 400 miljoen
mensen uit de armoede getild, meer gelijke kansen voor vrouwen
en mannen, langere levensverwachting, hoge alfabetiseringsgraad,
langer onderwijs voor meer mensen, betere arbeidswetgeving.
Het jaarlijkse rapport van de United Nations Development
Programme, verschillende wetenschappelijke onderzoeken en
studies, de ervaringen van Chinezen zelf en van buitenlanders
die er voor langere tijd wonen, wijzen het uit. Burgerrechten
en individuele politieke vrijheden zijn nog beperkt, maar
ook hier ziet men een onmiskenbare vooruitgang: een groeiende
diversiteit aan meningen (op internet en op straat), een
vrijere pers die steeds meer via onderzoeksjournalistiek
belangrijke maatschappelijke debatten stimuleert. Een weliswaar
voorzichtige democratisering binnen en buiten de communistische
partij die door de huidige leiding klaar en duidelijk op
de agenda is gezet.
Het zou correct zijn om betreffende de
aardbeving de aandacht niet alleen te concentreren op mensen
die hun verdriet in machteloze woede uiten, maar om ook
te erkennen dat in Sichuan de staat miljarden heeft ingezet
voor een reddings- en hulpoperatie zonder weerga, dat er
zeshonderdduizend tijdelijke woningen klaar zijn of op stapel
staan, dat de regering de Chinezen heeft geïnspireerd
tot geweldige solidariteit en heeft toegezegd de kwestie
van de slechte schoolgebouwen tot op bodem te onderzoeken.
Bij de onteigeningen voor de Spelen zijn er, zoals overal
bij onteigeningen, fouten gemaakt en burgers die ontevreden
blijven. Maar de meesten wonen nu in betere huizen en hebben
een compensatie gekregen die voor een derdewereldland behoorlijk
is.
Uiteraard is China trots op het mogen
organiseren van de Olympische Spelen en op de complimenten
die het Internationaal Olympisch Comité geeft voor
de algemene organisatie en voor de uitstekende infrastructuur.
Hoe kwaadwillig moet je zijn om zelfs deze grootse prestatie
af te breken of het feit dat de Chinezen "dit graag
laten zien" als iets bedreigends of bedrieglijks voor
te stellen?
Het kan echt wel anders. Greenpeace geeft
een voorbeeld. In het milieurapport China after the Olympics:
Lessons from Beijing van 28 juli, vermelden ze veel tekortkomingen,
maar ze geven tenminste evenveel goede cijfers: het openbaar
vervoer dat sterk is uitgebreid en verbeterd (vijf nieuwe
metrolijnen!), 32.000 gezinnen geholpen om over te schakelen
van steenkool op elektriciteit voor de verwarming, 4000
bussen die rijden op samengeperst vloeibaar aardgas, de
uiterst strenge Europese IV-norm voor de uitstoot van voertuigen,
enz. Het is niet nodig geweest om op hoge toon te eisen
dat de, toch zeer kritische, internetsite van Greenpeace
vrij toegankelijk moest worden. De milieuorganisatie adviseert
uit eerlijke bezorgdheid, geeft haar mening met normaal
respect en zoekt niet eenzijdig naar het negatieve. Het
resultaat is dat de Chinezen, ook leden van de regering,
tegenover een dergelijke aanpak open staan en ook kunnen
staan voor overleg en discussie.
Organisaties zoals Amnesty International zien alleen maar
politie, geblokkeerde sites en gearresteerde dissidenten.
China zou zijn beloften voor meer vrijheid rond de Spelen
hebben gebroken. Op elke concessie van Beijing wordt met
weer nieuwe eisen gereageerd.
Misschien is het goed ook eens rekening te houden met het
gezichtspunt van de Chinezen.
Rellen in Tibet, bommengooiers in Xinjiang die gemerkt hebben
hoe je via een bevooroordeelde pers de publieke opinie in
het Westen kunt bespelen... Je zou voor minder huiverig
zijn om het risico te nemen dat doorgedraaide actievoerders
het sportfeest gaan bederven.
De Chinese leiders gaan realistisch te
werk. De partij trekt de lessen uit de crisis van de linkse
beweging en ze kan dat doen omdat ze als partij is blijven
bestaan. De regering streeft vandaag meer naar gelijkheid
en herstelt fouten uit het recente verleden, niet omdat
de Wereldbank dat wil, niet om zich aan de macht vast te
klampen, maar wel degelijk omdat ze de belangen van de bevolking
voor ogen houdt en naar de eisen luistert. De leiders ontkennen
de problemen beslist niet, maar ze willen en zullen zelf
de rangorde en de volgorde van die problemen bepalen. De
Chinezen zullen hun eigen oplossingen vinden, bijgestaan
door de mensen die het echt goed met ze menen.
Dirk Nimmegeers, redacteur China Vandaag
(uit eigen naam)
|