|
The Sum of all Fears.
Door Freddy De Pauw.
Eén van de grote kaskrakers
in de bioscopen, "The Sum
of all fears", is een
coproductie van de Amerikaanse filmindustrie en van de Amerikaanse
inlichtingendienst CIA. Idem voor een andere succes,
Bad Company.
Het zijn niet de eerste (officieuze) coproducties en het
waren ook niet de laatste. Want vooral sinds 11 september
2001 is de oude samenwerking tussen Hollywood aan de ene
kant, het Witte Huis, het Pentagon en de CIA aan de andere
kant, steeds nauwer geworden. Hollywood danst meer dan ooit
naar de pijpen van Washington.
Dit is geen geheime propaganda-operatie.
De samenwerking gebeurt niet achter de schermen, maar open
en bloot. De firma Paramount gaat er erg prat op dat CIA
en Pentagon volop meewerkten aan Sum
of all fears. Ze hebben zodanig
de inhoud meebepaald dat het ministerie van Defensie de
film gebruikt in zijn rekruteringscampagne.
De public relations van de CIA zegt dat
de geheime dienst er alleen maar op uit is een getrouwer
beeld van haar werking op het scherm te krijgen. De CIA
opereert in naam van de objectiviteit. De met haar medewerking
uitgedachte scenarios hebben het over gevaarlijke
niets ontziende terroristengroepen die Amerikaanse steden
met kernwapens of iets dergelijks bedreigen. Dankzij de
moed en zelfopoffering van de CIA-officieren (geen agenten
astublief, aldus de CIA) wordt de catastrofe op het nippertje
afgewend. Het publiek krijgt de boodschap dat het gevaar
alom loert, maar dat de CIA met steun van een waakzaam publiek
het onheil afwendt.
De Verenigde Staten zijn natuurlijk
niet het enige land waar politieke machthebbers de filmindustrie
voor hun propaganda trachten te gebruiken. De voorbeelden
uit de 20ste eeuw zijn legio, ook natuurlijk voor tv-producties.
In de VS was de legendarische "The
Birth of a Nation" van
D.W. Griffith mee uitgewerkt door experts van het leger.
Hollywood kende gelukkig ook periodes waarin kritische regisseurs
hun gang konden gaan en bij voorbeeld de draak konden steken
met oorlogsstokers, bij voorbeeld met 'Dr.
Strangelove Who Loved the Bomb'.
Met How
Hollywood Learned to Stop Worrying and Love the Bomb
analyseert de Newyorkse Village
Voice hoe Hollywood nu dichter
dan ooit bij de machthebbers in Washington aanleunt. De
hoogste politieke instanties houden er zich mee bezig: vice-president
Dick Cheney en minister van defensie Donald Rumsfeld missen
geen enkele première van de nieuwe lichting patriottische
films genre 'Sum of all fears'
of 'We
were soldiers'. Sinds 11 september
kunnen filmscenaristen een beroep doen op het "Institute
for Creative Technologies",
een "academisch instituut" in Californië
dat in feite een creatie is van het Pentagon om Hollywood
te beïnvloeden.
Die nauwe samenwekring stimuleert de productie
van oorlogsfilms die de publieke opinie moeten helpen warm
maken voor nieuwe oorlogen, bij voorbeeld tegen Irak. Het
gaat hier niet alleen om het Amerikaanse publiek, want die
oorlogsfilms zijn ook grote kaskrakers in de rest van de
wereld. Hollywood helpt op die manier rechtstreeks de oorlogsstokers
in Washington in hun wereldwijd propaganda-offensief om
de publieke opinie overal te winnen voor nieuwe oorlogen
ter verdediging van de Amerikaanse waarden.
Dat allemaal vanuit de optiek dat "wie
in de strijd tegen het terrorisme niet met ons is, tegen
ons is". Het zijn uitingen van een fundamentalistische
visie over strijd tussen Goed en Kwaad, een visie die geen
tegenspraak duldt. Wie daar in de VS toch vragen bij stelt,
doorbreekt de patriottische consensus. Hollywood doet niets
anders dan die consensus volgen.
Zoals ook een deel van de Amerikaanse
linkerzijde dat doet. Het tijdschrift 'Dissent',
sociaal-democratisch, publiceert lofzangen op het Amerikaans
liberalisme dat de afgunst van alle anti-liberale bewegingen
opwekt... Het linkse weekblad The
Nation valt uit tegen Noam
Chomsky omdat die eraan herinnert dat Al Qaeda en consoorten
door de CIA met geld, wapens en opleiding zijn gesteund.
Zelfs een dergelijke nuchtere vaststelling wordt door sommige
linkse Amerikanen bestempeld als medeplichtigheid
met de moslimfundamentalisten! Terwijl de medeplichtigen
in het Witte Huis en omgeving zitten. Maar over die episode,
over de innige samenwerking tussen de Amerikaanse anticommunisten
en de moslimfundamentalisten, maakt Hollywood bij mijn weten
geen films.
(Uitpers, september 2002)
|