Lees het in uw eigen krant. LEES DE WAARHEID DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
VCP.nu

HOME

DutchEnglishFrenchGermanItalianPortugueseRussianSpanish


Zie ook:

Biografie Marcus Bakker gestaald gekaderd

Democratisch centralisme

Door Chris Steijvers

23 augustus 2015 - In zijn recente biografie van Marcus Bakker 'Nooit op de knieën' schrijft Leo Molenaar over het democratisch centralisme: "Dat organisatieprincipe had de ongebreidelde machtspositie van Stalin mogelijk gemaakt". In een artikel over het Chinese communisme in NRCHandelsblad van 7 februari jl. lezen we over democratisch centralisme: "Dat is een door Lenin verzonnen term voor interne partijdemocratie en de plicht van de kameraden om genomen besluiten (door de top) strikt uit te voeren". Democratisch centralisme wordt in dat artikel in verband gebracht met "het absolute monopolie van de macht".

Dat klinkt allemaal behoorlijk griezelig. Maar laten we eerst het taalgebruik wat nader beschouwen. Het "verzonnen term" is uiteraard bedoeld om zowel Lenin als het democratisch centralisme te degraderen. Strikt genomen is iedere term ooit een keer verzonnen. De NRC draagt hier geen argument aan, maar bedrijft demagogie. Dat geldt ook voor het "absolute monopolie van de macht". Het is een opeenstapeling van pleonasmen. Volgens Van Dale kan dat als stijlmiddel. Met argumenteren heeft het echter niets van doen. Het "ongebreidelde machtspositie" dat Molenaar gebruikt, is eveneens onjuist. Geen enkele machtspositie is ongebreideld. Molenaar creëert spoken. In zijn boek "Wissels" relativeert Marcus Bakker (pagina 88/87 en 126/127/128) de machtspositie van Stalin. Hij baseert zich daarbij onder andere op een studie van: Molenaar!

Ook de feiten kloppen niet. Het democratisch centralisme werd al in 1847 in het statuut van de Bond van communisten verankerd. Lenin was toen nog niet eens geboren, laat staan dat hij toen, zoals de NRC beweert, termen kon verzinnen. Overigens neemt dat niet weg dat Lenin een belangrijk inspirator was in de verdere ontwikkeling van het democratisch centralisme. De zin van Molenaar is in z'n geheel onzin, tenzij men in magie gelooft. Principes kunnen immers niets bewerkstelligen. Het zijn altijd mensen die, al dan niet uitgaande van principes, iets tot stand brengen of afbreken. Democratisch centralisme gaat uit van collectief leiderschap. Democratisch centralisme kan de door Molenaar veronderstelde machtspositie van Stalin dus niet mogelijk hebben gemaakt. Molenaar was van 1980 tot 1989 lid van het partijbestuur van de CPN. Dat iemand die behept is met magische denkbeelden en die kennis over het organisatieprincipe van een communistische partij ontbeert in het partijbestuur terecht kwam, zegt veel over de toestand waarin de CPN zich toen bevond.

Wat houdt democratisch centralisme in?

Democratisch centralisme heeft op de eerste plaats betrekking op de besluitvorming binnen een organisatie. Alvorens een besluit te nemen, wordt iedereen geacht zijn/haar mening naar voren te brengen. Bij verschil van mening vindt discussie plaats. Er wordt gestreefd naar consensus. Indien geen consensus kan worden bereikt, gaat men over tot stemming. De meerderheid beslist dan.

De tweede stap is de uitvoering. Ieder lid van de organisatie draagt zijn/haar steentje bij aan de uitvoering van het genomen besluit. Dat geldt dus ook voor degenen die het niet met het genomen besluit eens zijn. Er wordt niet van hen verwacht dat ze hun mening herzien, maar er wordt wel verwacht dat ze iets doen dat tegen hun mening indruist. Menig bourgeois zal hier gaan steigeren. We komen daar nog op terug.

Binnen grote organisaties ontstaan vaak kleinere organisaties die zich met specialistische onderwerpen bezighouden (functionele decentralisatie) of zich op bepaalde regio's richten (territoriale decentralisatie). Dit soort kleinere organisaties, binnen een politieke partij worden die doorgaans partijorganen genoemd, zijn in het democratisch centralisme ondergeschikt aan een centraal partijorgaan.

Mensen die een bestuursfunctie binnen een orgaan uitoefenen, worden door de leden van dat orgaan voor een tevoren vastgestelde periode gekozen. De bestuursfunctionarissen leggen verantwoording af aan degenen die hen gekozen hebben. Het orgaan als geheel legt, daarbij doorgaans vertegenwoordigd door het bestuur van het orgaan, verantwoording af aan het orgaan waaraan het ondergeschikt is.

Zoals al eerder opgemerkt, het leiderschap is collectief. Het bestuur van het centrale orgaan wordt door alle leden gekozen.

Waarom wordt het democratisch centralisme door de bourgeoisie afgebrand? Een groot struikelblok is de hiërarchische ondergeschiktheid van de partijorganen. Maar alle landelijke politieke partijen kennen dat. Een landelijke partij kan niet functioneren als iedere lokale afdeling zijn eigen koers vaart. Dan houdt zo'n partij op te bestaan. Wie een beetje thuis is in het Nederlands staatsrecht weet dat het landsbestuur drijft op functionele en territoriale decentralisatie. Voorbeelden van functionele decentralisatie zijn de waterschappen en de onlangs opgeheven product- en bedrijfschappen. Territoriale decentralisatie komt tot stand door middel van provincies en gemeenten. Kiesgerechtigden kiezen, deels indirect, de besturen van deze organen die allen ondergeschikt zijn aan de landelijke regering. Democratisch centralisme in het Nederlandse staatsrecht ten voeten uit! Het wordt alleen niet zo genoemd. Terecht. De ontwerper van dit bestel is de liberaal Thorbecke, vandaar dat staatsrechtgeleerden het ook wel hebben over het "huis van Thorbecke". Toen Thorbecke overleed was Lenin twee jaar oud. Men kan dus niet beweren dat Thorbecke zich door Lenin heeft laten inspireren. Het binnen een grote organisatie toekennen van functies en bevoegdheden aan ondergeschikte organisaties is van alle tijden. Wie nadenkt over het functioneren van organisaties komt, welke politieke voorkeur men ook heeft, onherroepelijk op dit model uit.

In het bedrijfsleven is het niet anders. Groter bedrijven splitsen zich op in onderdelen die geleid worden vanuit een centrale directie. Op dit punt onderscheidt het liberalisme zich echter op zeer ongunstige wijze van het socialisme. In het liberale systeem kan er hooguit een ondernemingsraad zijn die hier en daar iets bijstuurt, maar door wie en op welke wijze de belangrijke posten in een groot bedrijf worden bezet, daar heeft de doorsnee werknemer niks over te zeggen. Met grote regelmaat gaan complete bedrijven dicht terwijl duizenden werknemers er met de mond vol tanden bij staan te kijken. In het socialistisch systeem strekt de volkssoevereiniteit zich ook over de bedrijven uit. Een bedrijf is hiërarchisch ondergeschikt aan de staat. In het bedrijf zelf heeft iedereen die er werkt zeggenschap over de inrichting van de werkzaamheden.

Maar de meeste moeite heeft de bourgeois toch met het uitvoeren van besluiten waarmee men het niet eens is. Het wordt gevoeld als beknotting van de vrijheid, het hoogste goed van het liberalisme. En als vrijheid wordt opgevat als "doen wat je wilt" of "zeggen wat je denkt", dan heeft de bourgeois gelijk. Maar een dergelijk vrijheidsbegrip is slecht doordacht en zal in de praktijk tot wanorde leiden. Feitelijk beperkt iedere organisatie, ook liberale organisaties, het "doen wat je wilt" en het "zeggen wat je denkt". En afgezien van sommige anarchisten en heremieten is iedereen er van doordrongen dat mensen als sociale wezens afhankelijk zijn van organisaties.

In het communisme wordt doorgaans uitgegaan van het vrijheidsbegrip zoals dat door Spinoza ontwikkeld is: vrijheid is inzicht in noodzakelijkheid.

Molenaar gaat in zijn biografie van Marcus Bakker duidelijk uit van een ander vrijheidsbegrip, getuige een zinnetje als: "De discipline voor Bakker ( ) was strak, maar toch verwierf hij zich enige vrijheid". Nu viel dat met die strakke discipline voor Bakker wel mee. In zijn boek Wissels schrijft hij: "Zelden heb ik iets gedaan op aandrang van anderen - buiten, uiteraard, het uitvoeren van bestuursbesluiten waarvoor ik medeverantwoordelijk was - en dan nooit zonder het daar in hoofdtrekken mee eens te zijn." Erger is dat Molenaar discipline, waar democratisch centralisme zonder meer toe oproept, tegenover vrijheid stelt. Ook dat is weer zo'n waanidee van de bourgeoisie. Zonder discipline, of dat nu zelfdiscipline is of discipline die is opgelegd, komt niets tot stand. Zelfs Molenaar kon bij het schrijven van zijn boek niet zonder discipline.

Die afkeer van discipline, dat "doen wat je wilt" en "zeggen wat je denkt", zijn niet alleen onverenigbaar met democratisch centralisme, ze gaan tegen iedere vorm van organisatie in. Het zijn uitingen van de hedendaagse volksziekte nummer één: narcisme. Wat dat aangaat kan menig politicus, communisten niet uitgezonderd, zich een voorbeeld nemen aan Marcus Bakker die in het "woord vooraf" in Wissels stelt: "Ik heb mijn hele leven aan politiek gedaan. Maar in de politiek gaat het niet om jezelf. Als het je ernst is, liggen de middelpunten altijd ergens anders. Je kunt ze niet opeens verplaatsen."
Narcissus verliefd op zijn spiegelbeeld, Michelangelo 1573–1610 (foto: wikimedia)

In het huidige Nederlandse parlement is geen enkele partij te vinden die het liberalisme niet onderschrijft. De verschillen, zover ze er nog zijn, gaan over de vraag hoe dat liberalisme gestalte moet krijgen. Daarbij is de doorsnee parlementariër blind voor het feit dat de macht in de staat niet bij het parlement maar bij een handjevol miljardairs ligt. Het is niet reëel er van uit te gaan dat deze miljardairs hun machtspositie en hun rijkdommen vrijwillig zullen afstaan. Een communistische partij wil de ideologische grondslag van de staat wijzigen en macht van de miljardairs breken. Dat zal niet zonder strijd gaan.

En zonder organisatie kun je niet strijden. In de woorden van Marcus Bakker: "Voor maatschappijverandering, maar ook voor verdediging van mensen en menselijke beperkingen, is organisatie nodig. Eén iemand, hoe sterk ook, hoe onverschillig ook voor de persoonlijke gevolgen van zijn houding, kan nauwelijks op tegen de krachten die hij het hoofd wil bieden; er verandering in brengen op zijn eentje is onmogelijk. Alleen een organisatie kan dat. Die is machtsvorming, programmering, die geeft mensen de steun en het houvast die ze nodig hebben om door te kunnen zetten."

Een strijdbare organisatie vereist meer discipline van haar leden dan een organisatie die alleen maar de dagelijkse gang van zaken hoeft te regelen. Een strijdbare organisatie kan het zich niet permitteren dat er eindeloos gediscussieerd wordt, dat besluiten achteraf worden getorpedeerd, dat "grote" en snel gekwetste persoonlijkheden alle aandacht opeisen en dat er fracties ontstaan die elkaar in de weg zitten. Stalin schreef: "De verovering en de instandhouding van de dictatuur van het proletariaat is zonder een partij, sterk door haar aaneengesloten zijn en ijzeren discipline, niet mogelijk. Maar een ijzeren discipline in de partij is ondenkbaar zonder de eenheid van wil, zonder de volledige en onvoorwaardelijke eenheid van handelen van alle partijleden. Dit betekent natuurlijk niet, dat daardoor iedere strijd der meningen binnen de partij wordt uitgesloten. Integendeel, de ijzeren discipline sluit de kritiek en strijd der meningen binnen de partij niet uit, maar veronderstelt deze juist. Dit betekent nog veel minder, dat de discipline "blind" moet zijn. Integendeel, een ijzeren discipline sluit niet uit, maar veronderstelt bewustheid en een vrijwillige ondergeschiktheid, want alleen een bewuste discipline kan een werkelijk ijzeren discipline zijn. Maar nadat de strijd der meningen is beëindigd, de kritiek uitgeput en een besluit is genomen, vormt de eenheid van wil, de eenheid van handelen van alle partijleden, die noodzakelijke voorwaarde, zonder welke nòch een eensgezinde, nòch een ijzeren discipline in de partij denkbaar zijn."

We kunnen concluderen dat er niks griezeligs is aan democratisch centralisme. Iedereen doet eraan. Voor communisten is het echter van het grootste belang alle leuterkoek die de bourgeoisie over het democratisch centralisme verkondigt aan de kant te schuiven en zich te bezinnen op de uitgangspunten van dat democratisch centralisme. We leven in een wereld waarin, ondanks narcisme en overspannen aandacht voor het individu, een mensenleven steeds minder telt. In het Midden-Oosten worden de mensen bij de honderdduizenden over de kling gejaagd met als voornaamste doel de winsten in de oorlogsindustrie in stand te houden. Wie denkt dat communisten, die onder andere aan deze wantoestanden een einde willen maken, met fluwelen handschoenen worden aangepakt, is wel erg onnozel. Zodra een communistische partij, ook in Nederland, in de toekomst weer voet aan de grond dreigt te krijgen, zijn de kaderleden hun leven niet meer zeker. Zo'n communistische partij zal zich moeten organiseren zoals de CPN in de jaren dertig: met één voet in de illegaliteit. Het democratisch centralistisch organisatieprincipe is daarbij onmisbaar.


Gebruikte literatuur:

Nooit op de knieën, Marcus Bakker
Leo Molenaar
Uitgeverij Balans, 2015

Wissels, bespiegelingen zonder berouw
Marcus Bakker
Uitgeverij De Haan, 1983

Kultur-Politisches Wörterbuch (Stichwort: demokratischer Zentralismus)
Prof. Dr. Manfred Berger ea
Dietz Verlag Berlin, 1978

Wörterbuch der Marxistisch-Leninistischen Philosophie (Stichwörter: Demokratie, Disziplin, Freiheit)
Prof. Dr. Alfred Kosing
Dietz Verlag Berlin, 1987

Over de grondslagen van het Leninisme
J. W. Stalin
Uitgeverij Pegasus, 1976


Share |