Lees het in uw eigen krant. LEES DE WAARHEID DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
VCP.nu

HOME

DutchEnglishFrenchGermanItalianPortugueseRussianSpanish


Weg met armoede en bestaansonzekerheid!
Roep om basisinkomen niet de juiste weg

door Rob Gerretsen

25 april 2015 - De armoede in de wereld en ook in Nederland is schrikbarend. De verschillen tussen rijk en arm worden groter. Iedereen weet dat dit niet nodig is in een maatschappij die met gemak aan alle elementaire behoeften van de mensheid zou kunnen voldoen. Daarom zijn er nu veel discussies over een basisinkomen.

Hoe realistisch en wenselijk is het basisinkomen? Zijn er betere manieren om de armoede te bestrijden?

Armoede in Nederland

Honderdduizenden kinderen in ons land groeien in armoede op, met alle gevolgen van dien. Zo'n 700.000 mensen kampen met problematische schulden. Piketty heeft met zijn uitgebreide studie nog weer eens aangetoond hoe verschrikkelijk ongelijk de rijkdom in de wereld verdeeld is. Met een heel kleine groep superrijken en de overgrote meerderheid van de mensheid die in afzichtelijke armoede en ellende leeft of die moeite heeft de eindjes aan elkaar te knopen.

Eind vorig jaar verscheen het Armoedesignalement van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daaruit blijkt dat de armoede in Nederland weer erger is geworden. Volgens hun definities leefden vorig jaar 1, 4 miljoen Nederlanders in armoede. Het gaat vooral om mensen met een bijstandsuitkering, niet-westerse huishoudens en kinderen. Van de mensen in de bijstand leeft 47 procent onder de armoedegrens. In de krant staan advertenties over 33.000 'vergeten' kinderen in opvangcentra. Door de waardedaling van woningen zijn ook de vermogens van Nederlandse huishoudens gemiddeld sterk gedaald. Daardoor hebben veel mensen maar een heel kleine buffer voor als er iets mis gaat.

Volgens de Amsterdamse Armoedemonitor 2013 leeft één op de vijf Amsterdammers in armoede. Het gaat veelal om alleenstaanden, vrouwen en mensen van buitenlandse afkomst. Amsterdam scoort hiermee ruim boven het landelijk gemiddelde dat op 11,3 procent ligt. Van de vier grote steden komt alleen Rotterdam er nog slechter uit. In de grote steden groeit het aantal 'klanten' van de Voedselbank: in december afgelopen jaar al meer dan tweeduizend in Amsterdam. In totaal zijn er 94.000 klanten bij de voedselbanken. En de Voedselbank is erg streng voordat iemand klant mag worden.

In Groot-Brittannië kregen in 2013 bijna een miljoen mensen een noodpakket met eten voor drie dagen. Ook veel mensen die (nog) wel werk hebben, kennen schulden en armoede. Door de vele tijdelijke, kleine en flexibele baantjes en ook door de sterk gestegen huren en zorgkosten. Het wettelijk minimumloon in rijke landen als Duitsland en Nederland ligt rond de € 8,50 per uur en veel mensen komen zelfs daar niet eens aan toe. Om nog maar niet te spreken van de schandalige 'jeugdlonen die nog steeds bestaan. Volgens het Nibud heeft een traditioneel kostwinnersgezin steeds meer moeite om rond te komen. Het is ongezond, treurig, vermoeiend en vernederend om arm te zijn. Niet voor niets neemt het aantal zelfmoorden in Nederland al zes jaar toe.

Al een oude discussie

Het is dus niet zo vreemd dat de discussie over het recht op een gegarandeerde, minimale levensstandaard voor iedereen - wel of niet in de vorm van een basisinkomen - al oud is in de linkse beweging. Het denken over rechtvaardigheid en gelijkheid voor iedereen en over de mogelijkheden van een utopische samenleving zonder armoede is nog heel veel ouder. Sinds de nieuwe kapitalistische wereldcrisis van 2008 laait ook de discussie over een basisinkomen overal weer op. De nieuwe Griekse regering pleit voor een basisinkomen voor mensen tussen de 50 en 65 jaar. In Zwitserland wordt er misschien volgend jaar een referendum gehouden over een betrekkelijk hoog basisinkomen. In Nederland bestaat een landelijke Basisinkomen Partij. Op sommige plaatsen in de wereld wordt op beperkte schaal geëxperimenteerd met een basisinkomen. In ons land is Rutger Bregman een voorstander van dit idee. D66 wil een debat hierover.

(foto: Jetta's moestuin) Kortom, er is een brede maatschappelijke discussie aan de gang. De wens en eis van een zekere gegarandeerde minimale levensstandaard voor iedereen zijn logisch en positief. En dan liefst zonder betuttelende en repressieve instanties die mensen met een uitkering voortdurend controleren, schofferen en vernederen en op onzinnige manieren perspectiefloos aan de 'dwangarbeid' zetten.

Veel vragen

Maar, hoe logisch en sympathiek dan ook, het is de vraag of de strijd voor een dergelijke gegarandeerde levensstandaard het beste in de vorm van actie voor een basisinkomen gevoerd kan worden. Er zijn andere en betere manieren om op te komen voor de verhoging van de levensstandaard van de grote meerderheid van de bevolking en voor de vermindering van alle tergende bestaansonzekerheid. Een politiek strategische discussie over wel of geen actie voor een basisinkomen is nuttig en nodig in deze tijden van crisis.

De discussies over een (al dan niet 'onvoorwaardelijk') basisinkomen blijven dikwijls nogal in de lucht hangen. Het is makkelijk om moreel verontwaardigd te zijn en om een utopische, politiek-filosofische discussie te voeren, maar daarmee hebben we nog geen concrete strategie. Daarmee is helemaal niet gezegd dat we geen utopieën meer moeten koesteren of oude utopische filosofieën niet meer bestuderen. Integendeel. We moeten blijven dromen en denken over een betere wereld, maar dan wel die dromen in 'realistische' strategieën weten om te zetten die aansluiten bij de actualiteit en krachtsverhoudingen van dit moment.

Het is nodig ons een paar elementaire dingen af te vragen bij een discussie over een basisinkomen. Zoals wie gaat dat betalen en uit welke bron, hoe hoog zou een basisinkomen moeten zijn en wie bepaalt dat dan, wie zou daar wel en niet voor in aanmerking moeten komen, wat zouden alle individuele en maatschappelijke gevolgen zijn van de invoering ervan, hoe gaan we iets dergelijks voor elkaar krijgen? En natuurlijk: zijn er alternatieven mogelijk die meer kans van slagen hebben en meer perspectief bieden?

Voor- en tegenstanders van een basisinkomen zouden hier helder over moeten zijn. Wat schieten mensen er bijvoorbeeld mee op als zij - met het inleveren van andere bestaande rechten, uitkeringen en toeslagen - een laag basisinkomen zouden krijgen? Een bedrag, waarmee mensen echt geen zelfstandig bestaan kunnen opbouwen. Dat biedt dan nog geen garantie tegen armoede, schulden en onzekerheid en het biedt nauwelijks of geen verbetering ten opzichte van de bestaande situatie.

Bezwaren

Eén van de bezwaren tegen een basisinkomen is dat het uitgangspunt een individueel geldinkomen blijft, dat altijd kwetsbaar is en gericht is op het individuele bestaan. Ik zou pleiten voor meer collectieve oplossingen (op basis van collectieve strijd) die voor iedereen een gratis toegang tot bepaalde voorzieningen bieden en ingaan tegen alle privatiseringen en marktwerking van de afgelopen decennia. Zoals het organiseren van gratis openbaar vervoer, gratis onderwijs en gratis gezondheidszorg, goedkope en goede sociale woningbouw, enzovoort.

Zo doorbreken we ook deels bestaande geld- en loonverhoudingen en werken we aan maatschappelijke collectieve voorzieningen. Marx eindigt zijn lezingen in het boekje Loon, Prijs en Winst met: "Zij (de vakbonden) slagen in het algemeen niet in hun opzet, doordat zij zich beperken tot een guerrillastrijd tegen de uitwerkingen van het bestaande systeem, in plaats van tegelijkertijd te proberen dit systeem te veranderen, in plaats van hun georganiseerde krachten te gebruiken als een hefboom voor de definitieve bevrijding van de arbeidersklasse, d.w.z. voor het definitief afschaffen van het loonsysteem."[1] In een communistische maatschappij moeten we naar een heel andere verdeling van inspanningen en opbrengsten: "Ieder naar zijn bekwaamheden, aan ieder naar zijn behoeften", zoals Marx schrijft in Kritiek op het program van Gotha.[2] De bezettende studenten en docenten van de universiteiten hebben met hun kritiek op het 'rendementsdenken' een nieuwe impuls gegeven om hierover de discussie te voeren.

Een probleem dat de discussies over een basisinkomen bemoeilijkt, is dat er allerlei soorten argumenten door elkaar heen spelen. De bestrijding van armoede, maar ook het Keynesiaans aanzwengelen van 'de' economie. En pleidooien voor een matige consumptie en behoud van het milieu of moralistische argumenten van allerhande makelij. Dan raak je snel in tegenstrijdigheden verstrikt. Een goede discussie over een gegarandeerd minimum van bestaanszekerheid kan ook leiden tot vragen over wat dat dan wel en niet in zou moeten houden en over het grote belang van vrije tijd voor iedereen. Het is dan ook logisch om de discussie over een bestaansminimum te koppelen aan korter werken, een lagere werkdruk en meer vrije tijd.

Pleidooien

De Engelse econoom Guy Standing is één van degenen die voor een basisinkomen pleit, omdat dat mede de kapitalistische crisis zou kunnen verhelpen. Bovendien is het volgens hem nodig om de opkomst van populisme en neofascisme tegen te gaan. Hij kiest voor "een basisinkomen - individueel, maandelijks, onvoorwaardelijk en universeel uit te betalen".[3] Standing bespreekt en weerspreekt vier bezwaren die vaak tegen een basisinkomen worden ingebracht. De eerste is dat het onbetaalbaar zou zijn. "Ten tweede zou het basisinkomen klaploperij en minder werk veroorzaken." In de derde plaats zou het inflatoir werken. "Ten vierde zou een basisinkomen de arbeidsmarkt verstoren, want het moedigt bedrijven aan lagere lonen te betalen."

Dan bespreekt hij de voordelen, die ook de ronde doen in het internationale Basic Income Earth Network. Hij volgt een klassieke Keynesiaanse redenering. Standing wordt ook aangehaald door de Nederlandse Basisinkomen Partij (BIP) die op kleine schaal met een basisinkomen wil experimenteren en dan zien "of de invoering van een universeel, onvoorwaardelijk basisinkomen in Nederland een werkbaar alternatief zou kunnen zijn voor de huidige zogenaamde verzorgingsstaat".[4] De BIP zegt: "Geef eerst hen die in hoge nood verkeren het leefbaar basisinkomen." Overigens doet de partij mee in het actiecomité Dwangarbeid Nee.

Standing heeft volkomen gelijk dat een basisinkomen in de één of andere vorm gemakkelijk betaalbaar is. Als we de superrijken onteigenen, de iets minder rijken flink belasting laten betalen, de banken nationaliseren en onder democratische controle brengen, als we geen militaire straaljagers meer kopen, als we duur betaalde managers van woningcorporaties en zorgverzekeringen de laan uitsturen, enzovoort, enzovoort, dan valt er heel veel rijkdom te herverdelen. Econoom Paul de Grauwe heeft dan ook ongelijk als hij zegt: "Een universeel basisinkomen dat als ambitie heeft de armoede uit de wereld te helpen, is dus immens duur."[5] Het is maar hoe je het bekijkt en welke keuzes je wil maken.

Het tweede bezwaar dat Standing noemt en bestrijdt, is ingewikkelder. Hij stelt "dat mensen met een basiszekerheid meestal meer en niet minder werken, en dat ze daarbij ook nog productiever zijn. Tot slot zijn ze als medewerkers gemotiveerder". Maar de effecten op de arbeidsmarkt zullen erg afhangen van in welke vorm en op welke hoogte een eventueel basisinkomen ingevoerd zou worden.

Ander perspectief

De discussies over bestrijding van de armoede en onzekerheid en al dan niet utopische voorstellen voor een gegarandeerd bestaan of over een basisinkomen voor iedereen zijn nuttig en noodzakelijk. Maar ik denk dat we meer kans van slagen hebben, als we nu beginnen met acties te organiseren op plekken waar mensen het sterkst collectief georganiseerd zijn in de strijd voor concrete eisen. Het is denk ik niet voor niets dat de eis van een algemeen basisinkomen vaak is gesteld door groepen die zelf betrekkelijk zwak staan, zoals werklozen en mensen met een uitkering.

Een succesvolle strijd voor een werkelijk fatsoenlijk onvoorwaardelijk basisinkomen zou een enorme verschuiving betekenen van de rijkdom in de maatschappij en dat zou vergaande consequenties hebben. Wie zouden nu een dergelijke algemene strijd moeten en kunnen voeren hier?

Natuurlijk moeten we bij alle kritiek op de huidige maatschappij propaganda maken voor een menswaardig bestaan voor iedereen, met alles wat daarbij hoort. Maar een georganiseerde strijd voor concrete eisen als een verhoging van het wettelijk minimumloon en van de cao-lonen, afschaffing van de 'jeugdlonen', verlaging van de pensioenleeftijd, verhoging van de basisuitkeringen, korter werken met behoud van loon en ook de strijd voor renationalisatie onder democratische controle van zaken als ziekenhuizen, onderwijs, openbaar vervoer, woningbouw, medicijnenfabrieken, energiebedrijven en dergelijke lijkt mij meer kans van slagen te hebben. En iedereen weet hoe verschrikkelijk moeilijk dat nu al is in deze tijden van een verzwakte en passieve vakbeweging en een algemene malaise van links in ons land.

Een eenvoudige strijdbare cao-actie voor enkele procenten loonsverhoging lijkt voor de Nederlandse vakbeweging nu al een onoverkomelijk probleem te zijn. Dat is een eerste probleem. Zoals Marx in 1875 aan Bracke schreef: "Iedere stap van een werkelijke beweging is belangrijker dan een dozijn programma's."[6] Laten de vakbeweging en de SP bijvoorbeeld eens beginnen om samen met de huurdersorganisaties actie te voeren tegen de huurverhogingen en voor een breed programma van sociale en betaalbare woningbouw!

Een ander aanknopingspunt voor discussie over armoede en bestaansonzekerheid is het debat over een herziening van het belastingstelsel dat de komende jaren losbreekt in het parlement en daarbuiten. Socialisten houden zich te weinig bezig met belastingsystemen en belastingontduiking, terwijl daar toch heel erg veel geld 'in om gaat'.

Er is meer dan genoeg reden om de strijd aan te binden tegen de armoede en onzekerheid en voor een gegarandeerd voor iedereen toegankelijk bestaansminimum dat echt niet zo laag hoeft te zijn. Maar de roep om een basisinkomen lijkt mij niet de beste weg daartoe, verre van dat.

 

Noten:
[1] Marx schreef Loon, Prijs en Winst in 1865. Citaat in uitgave van Pegasus, Amsterdam 1971, p. 80.
[2] Marx schreef Kritiek op het Program van Gotha in 1875. Citaat in uitgave van Pegasus, Amsterdam 1972, p. 25.
[3] NRC, 20 november 2014.
[4] Zie: basisinkomenpartij.nl
[5] De Morgen, 30 december 2014.
[6] Zie noot 2, pp. 11-13.

Dit artikel verscheen eerder in solidariteit.nl

Zie ook: Tien stellingen tegen de eis voor een basisinkomen


Share |